donderdag 10 mei 2012

De Eerste Dag

Om aandacht te vragen voor een GEWELDIGE NIEUWE STICHTING plaats ik hier de blog die ook op de site van stichting De Jonge Weduwe is geplaatst.

De eerste dag

Op een kwade dag was het zover – ik was weduwe.
Ik wist al een tijdje dat deze dag eraan zat te komen, maar dat hielp me niet mijn ‘toekomst’ slagvaardiger tegemoet te treden dan de eerste de beste nitwit op het gebied van rouw.

Het hele concept was onbevattelijk voor me geweest, en nu was ik slecht voorbereid. Ik wist namelijk uiteraard wel waarop ik me moest voorbereiden (een leven zonder partner), maar ik had geen idee hoe. En bovendien was ik ook nog eens doodmoe.

Het leek een beetje op de periode net na de geboorte van onze oudste dochter. Ik had me ‘ingelezen’ (in plaats van Moeiteloos Bevallen las ik boeken als Komt een vrouw bij de dokter en Confronting the Cow), maar wat me werkelijk te wachten zou staan in mijn eigen leven, daarvan had ik nog geen idee.
Ik wist nog niet dat de stresshormonen mijn lichaam in de afgelopen anderhalf jaar zo hadden vergiftigd dat het geheugencentrum in mijn hersenen letterlijk was aangetast, en dat de uitputting mij daarbij ook nog eens een chaotisch denkpatroon cadeau had gedaan.

Ik wist, kortom, nog bijna niets.

Het begon die eerste dag gelijk goed (vanuit de positie van een kwaadaardige trol bekeken althans) want in al mijn verwarring nam ik besluiten over ‘de kaart’ en ‘het afscheid’ die achteraf niet altijd heel verstandig waren en mij direct al op gespannen voet met een deel van mijn schoonfamilie en vrienden zette.

Weloverwogen waren mijn besluiten zeker niet. Als een slaapdronken sergeant op een slagveld vol slachtoffers gaf ik opdrachten, koos ik woorden, stond ik toe en verbood ik. Ondertussen zoemde er in mijn hoofd een doffe toon die alles te maken had met het slaapgebrek van de afgelopen dagen.
Ik bekeek de wereld, het leven en mijn kinderen door een wazige bril, en ik was nauwelijks in staat drie zinnige gedachten aan elkaar te plakken. Maar de buitenwereld ‘zag’ niets van dat alles, en ik mocht niet op medeleven voor mijn redeloze gedrag rekenen. Het kwam me vooral op irritatie over mijn ‘onachtzaamheid’ te staan, of op goedbedoelde maar slecht ontvangen moederlijke adviezen van mensen die zelf geen idee hadden.

Voortdurend liep ik die dag even naar boven, om te kijken hoe Karel erbij lag. Meestal was er niets veranderd, maar soms waren zijn handen opeens gevouwen. Dan haalde ik zijn vreselijk mager (en lelijk, spijt het mij te zeggen) geworden vingers weer uit elkaar en vroeg hem hoofdschuddend en glimlachend wie dat nu weer gedaan had…
’s Avonds was ik alleen bij hem op onze slaapkamer toen het journaal begon. Tevreden kon ik constateren dat het opende met zijn overlijden, en dat fluisterde ik ook tegen hem.
Dat moment, waarop ik fluisterend en met tranen in mijn ogen naar hem toeboog, was het moment dat ik besefte dat ik behoorlijk van het padje af was, en dat het nog wel een tijd zou kunnen duren voordat ik weer ‘en route’ was.

De eerste dag was een van de vreemdste dagen van mijn leven. Als ik erop terugkijk ben ik nu vooral trots dat ik me er doorheen sloeg, zo goed en zo kwaad als het ging.
Nam ik mezelf de eerste tijd na het overlijden alle ‘foute’ beslissingen en woorden van die dag kwalijk, tegenwoordig heb ik meer waardering voor mezelf en denk ik: Wow, ik bleef overeind!

Geen opmerkingen: