woensdag 14 juli 2010

Het putje

Er zijn van die tijden in het leven dat alles van een leien dakje gaat. Werk, kinderen, liefde, het weer – alles werkt mee.
Jammergenoeg zijn er ook tijden dat alles naar het putje gaat.
De kinderen puberen, de liefde laat je in de steek, het stormt en het werk wil niet lukken om eerder genoemde tegenvallers.
Het is dus putjestijd.

Naarstig ben ik in mijn hoofd op zoek naar uitwegen. Hoe ga ik zorgen dan ik weer kleur zie en rozengeur ruik?
Sporten? Hmmm, beetje lastig want ik heb een rugblessure.
Uit m’n bol gaan in het uitgaansleven? Past niet bij me.
Studeren? Doe ik al.
Tijd voor mezelf nemen? Doe ik ook al.
Creatief zijn? Ben creatief als geen ander.
Ik heb dus tips van anderen nodig. Mensen die anders tegen het leven aankijken, gewoonlijk andere dingen doen dan ik om zichzelf uit het putje te houden.

Want wat er gebeurt als je in het putje zit, is het volgende: Je kijkt van beneden naar de grote hoop ellende die de wereld lijkt te zijn. Je bent je heel bewust van alle vrienden die uit je leven verdwenen, alle projecten die mislukten, de geliefde die doodging, de liefdes die uitdoofden, de mislukkingen, tegenvallers , domme acties die je ondernam. Er lijkt geen uitweg meer te zijn. Het putje zit vol schuimende, vuile, grauwwitte zeepresten en zeker en vast zul je hier je hele leven blijven ronddobberen…
Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het is niet verstanding om het niet leuk te hebben als je leeft.

Tips anyone?

vrijdag 2 juli 2010

Vijf

Vijf jaar was het.
Vijf jaar sinds Karel heenging.
Zesenhalf jaar sinds de diagnose.
Loodzware jaren. Getekend door verdriet, verlies en (moeizame) wederopbouw.
En nu, aan het einde van deze vijf jaren, en het begin van het zesde jaar was er een boekpresentatie.
Oude brieven van Karel en een vriend werden gepresenteerd in een nieuw jasje. Een nieuw boek.
De oude vriend zag er patent uit. Ikzelf geloof ik ook. Ik had in ieder geval mijn best gedaan met een leuk zomers jurkje en een leuke jeweetwel-bh met extra bandjes.

Er waren twee mensen die ik deze avond niet wilde zien. Twee mensen die op deze avond er niet bijhoorden. Dat is eigenlijk niet veel, als je bedenkt dat je zoveel ‘vrienden ‘ en kennisen kwijtraakte in slechts vijf jaar.

Maar natuurlijk kwamen juist deze Persona non grata net
wel!

Hoe en waarom zal mij altijd en raadsel blijven. Ik kies ervoor niet meer met ze te spreken.
Maar dat je zó bot kunt zijn om ondanks uitdrukkelijk verzoek om NIET te komen, WEL te komen, is onbegrijpelijk voor mij.

Mijn avond van herdenking en eerbetoon werd verziekt door twee mensen die koste wat kost hun recht opeisten. Hun recht om aanwezig te zijn in een gelegenheid en bij een gelegenheid waar ze niet hoorden.
Onvergeeflijk, wat mij betreft.

‘Zum kotzen‘, zegt mijn zus dan (die toevalligerwijs dezelfde naam heeft als één van de twee ongenode gasten). Wat Karels broer (met puur toevallig dezelfde naam als de andere gast) zou zeggen, is mij niet bekend. Dat ik Karels broer graag mag, staat buiten kijf.
Maar inderdaad, het is om te kotsen, die partypoopers.
WAT wilden ze bereiken? Waar was het hen om te doen? Waarom vonden ze het belangrijk deze herdenkingsdag voor mij te verzieken???
Ik zal het nooit weten, want ik hoop ze nooit meer te zien en te spreken.
Die kans is groot.
De kans dat ze spijt krijgen van hun aanwezigheid en de pijn die ze mij daarmee deden is klein.
Sommige mensen hebben drie eikenhoutenkerkdeuren en een gewapend betonnen plaat voor hun kop. Dit zijn er twee.
Ik ben een zweefvliegtuig met motorstoring – ik begrijp er niets van.

‘Het ga je goed…’ zei een gewaardeerde vriend van Karel vanavond. Die zien we dus alvast nooit meer. Ergo conclusio: Ongewaardeerde vrienden moeten dan toch niet zo moeilijk te lozen zijn???

Met dank aan al die lieve mensen-min-twee die er wél waren…

Karin