Om aandacht te vragen voor een GEWELDIGE NIEUWE STICHTING plaats ik hier de blog die ook op de site van stichting De Jonge Weduwe is geplaatst.
De eerste dag
Op een kwade dag was het zover – ik was weduwe.
Ik wist al een tijdje dat deze dag eraan zat te komen, maar dat hielp me niet mijn ‘toekomst’ slagvaardiger tegemoet te treden dan de eerste de beste nitwit op het gebied van rouw.
Het hele concept was onbevattelijk voor me geweest, en nu was ik slecht voorbereid. Ik wist namelijk uiteraard wel waarop ik me moest voorbereiden (een leven zonder partner), maar ik had geen idee hoe. En bovendien was ik ook nog eens doodmoe.
Het leek een beetje op de periode net na de geboorte van onze oudste dochter. Ik had me ‘ingelezen’ (in plaats van Moeiteloos Bevallen las ik boeken als Komt een vrouw bij de dokter en Confronting the Cow), maar wat me werkelijk te wachten zou staan in mijn eigen leven, daarvan had ik nog geen idee.
Ik wist nog niet dat de stresshormonen mijn lichaam in de afgelopen anderhalf jaar zo hadden vergiftigd dat het geheugencentrum in mijn hersenen letterlijk was aangetast, en dat de uitputting mij daarbij ook nog eens een chaotisch denkpatroon cadeau had gedaan.
Ik wist, kortom, nog bijna niets.
Het begon die eerste dag gelijk goed (vanuit de positie van een kwaadaardige trol bekeken althans) want in al mijn verwarring nam ik besluiten over ‘de kaart’ en ‘het afscheid’ die achteraf niet altijd heel verstandig waren en mij direct al op gespannen voet met een deel van mijn schoonfamilie en vrienden zette.
Weloverwogen waren mijn besluiten zeker niet. Als een slaapdronken sergeant op een slagveld vol slachtoffers gaf ik opdrachten, koos ik woorden, stond ik toe en verbood ik. Ondertussen zoemde er in mijn hoofd een doffe toon die alles te maken had met het slaapgebrek van de afgelopen dagen.
Ik bekeek de wereld, het leven en mijn kinderen door een wazige bril, en ik was nauwelijks in staat drie zinnige gedachten aan elkaar te plakken. Maar de buitenwereld ‘zag’ niets van dat alles, en ik mocht niet op medeleven voor mijn redeloze gedrag rekenen. Het kwam me vooral op irritatie over mijn ‘onachtzaamheid’ te staan, of op goedbedoelde maar slecht ontvangen moederlijke adviezen van mensen die zelf geen idee hadden.
Voortdurend liep ik die dag even naar boven, om te kijken hoe Karel erbij lag. Meestal was er niets veranderd, maar soms waren zijn handen opeens gevouwen. Dan haalde ik zijn vreselijk mager (en lelijk, spijt het mij te zeggen) geworden vingers weer uit elkaar en vroeg hem hoofdschuddend en glimlachend wie dat nu weer gedaan had…
’s Avonds was ik alleen bij hem op onze slaapkamer toen het journaal begon. Tevreden kon ik constateren dat het opende met zijn overlijden, en dat fluisterde ik ook tegen hem.
Dat moment, waarop ik fluisterend en met tranen in mijn ogen naar hem toeboog, was het moment dat ik besefte dat ik behoorlijk van het padje af was, en dat het nog wel een tijd zou kunnen duren voordat ik weer ‘en route’ was.
De eerste dag was een van de vreemdste dagen van mijn leven. Als ik erop terugkijk ben ik nu vooral trots dat ik me er doorheen sloeg, zo goed en zo kwaad als het ging.
Nam ik mezelf de eerste tijd na het overlijden alle ‘foute’ beslissingen en woorden van die dag kwalijk, tegenwoordig heb ik meer waardering voor mezelf en denk ik: Wow, ik bleef overeind!
donderdag 10 mei 2012
zondag 5 december 2010
5 December 2010
Gisteren...
Bij het Sint-feest van atletiek kreeg Dante een periscoop. Hij was helemaal in de gloria. En terecht, want het was een superleuk kado dat nog goed werkt ook. Dus enthousiast vertelt hij zijn trainer wat hij zojuist heeft gekregen...
Zegt de lieve man : "Zou papa vast ook wel willen hebben!"
Dante kijkt 'm ernstig aan en zegt: ''Ik heb geen vader.''
Schrik bij trainer, dus ik probeer de boel te 'redderen'.
"Z'n vader is dood," zeg ik hulpeloos. "Dus daar kan hij ook niets aan doen." (?????? Ja, duuuuhhhhhh.) "Ja, zijn vader is dood,'' herhaal ik nog eens.
We lopen naar beneden en in zijn enthousiasme vertelt Dante nogmaals, nu aan TWEE mannen, dat hij zo'n geweldig kado heeft gekregen waarmee hij mama kan bespioneren als ze onder de douche staat (ideetje van de trainer...).
Guess what... de mannen suggereren dat papa dat ding dan ook wel heel graag zal lenen.
Tuurlijk.
Ik wacht ademloos af wat de grote, kleine man zal zeggen.
Met de periscoop stevig in zijn hand geklemd kijkt hij omhoog en met een stralende lach zegt hij: ''Mijn vader is dood.".
"Wat zeg je?'' vraagt één van de twee geschrokken.
''Mijn vader is dood,'' zegt Dante nog steeds stralend, met een helder, hard stemmetje.
"Ja, je leert ermee leven hè," voegde ik zwakjes toe.
De woorden et cetera, die waren geen probleem.
Maar dat beeld van mijn knul, stralend met zijn periscoop in de hand, terwijl hij omhoog kijkt en verkondigt dat zijn vader dood is... ik hoop dat ik het nooit vergeet.
Het was wrang en lief, en het ultieme bewijs dat het goed kan gaan met zo'n kind. Maar natuurlijk kreeg ik er wel vochtige ogen van.
Bij het Sint-feest van atletiek kreeg Dante een periscoop. Hij was helemaal in de gloria. En terecht, want het was een superleuk kado dat nog goed werkt ook. Dus enthousiast vertelt hij zijn trainer wat hij zojuist heeft gekregen...
Zegt de lieve man : "Zou papa vast ook wel willen hebben!"
Dante kijkt 'm ernstig aan en zegt: ''Ik heb geen vader.''
Schrik bij trainer, dus ik probeer de boel te 'redderen'.
"Z'n vader is dood," zeg ik hulpeloos. "Dus daar kan hij ook niets aan doen." (?????? Ja, duuuuhhhhhh.) "Ja, zijn vader is dood,'' herhaal ik nog eens.
We lopen naar beneden en in zijn enthousiasme vertelt Dante nogmaals, nu aan TWEE mannen, dat hij zo'n geweldig kado heeft gekregen waarmee hij mama kan bespioneren als ze onder de douche staat (ideetje van de trainer...).
Guess what... de mannen suggereren dat papa dat ding dan ook wel heel graag zal lenen.
Tuurlijk.
Ik wacht ademloos af wat de grote, kleine man zal zeggen.
Met de periscoop stevig in zijn hand geklemd kijkt hij omhoog en met een stralende lach zegt hij: ''Mijn vader is dood.".
"Wat zeg je?'' vraagt één van de twee geschrokken.
''Mijn vader is dood,'' zegt Dante nog steeds stralend, met een helder, hard stemmetje.
"Ja, je leert ermee leven hè," voegde ik zwakjes toe.
De woorden et cetera, die waren geen probleem.
Maar dat beeld van mijn knul, stralend met zijn periscoop in de hand, terwijl hij omhoog kijkt en verkondigt dat zijn vader dood is... ik hoop dat ik het nooit vergeet.
Het was wrang en lief, en het ultieme bewijs dat het goed kan gaan met zo'n kind. Maar natuurlijk kreeg ik er wel vochtige ogen van.
vrijdag 20 augustus 2010
Dood
Mevrouw M stond er op het kaartje bij de entree.
Alsof we misschien per abuis of toevalligerwijs de tocht naar de ontvangstruimte van de aula op de begraafplaats maakten, en nu moesten controleren of dit wel de goede uitvaart was.
Het was uiteraard de goede, verkeerde uitvaart.
Mevrouw M. ‘Ze noemen me mevrouw,’ dreinde het in mijn hoofd.
Ik vond het kil en onpersoonlijk.
Mevrouw M is eigenlijk Mo M, en zij – zo weet iedereen die haar kent - had hier nog niet mogen liggen.
M zat bij mij in de klas op de middelbare school. Zo nu en dan kwam ik haar tegen. Op boekenballen keek ik altijd naar haar uit, op feestjes maakten we steeds een praatje (ze was een uitmuntend netwerker). Op hyves waren we ‘vrienden’.
Vorige week, in de file bij Antwerpen, kreeg ik een berichtje: MM is dood.
Als weduwe die haar eerste lustrum achter de rug heeft, denk je dan wel te weten wat de dood inhoudt. Maar gek genoeg worstel ik al een week met dit einde.
M??? Ónze M?? Dat meisje uit mijn klas?
Dat Karel doodging was natuurlijk botte, vette pech. Het was een aanfluiting en een schande. Maar het was een uitzondering. Mensen horen niet dood te gaan als ze jong zijn en dat houden we zo!
Ik had het erover met Mo, tijdens een feestje een paar jaar geleden. We hadden het over de dood en wat die doet met je leven. We voelden ons jong en gezond en sterk. Het kón, doodgaan, maar WIJ waren er nog.
Kennelijk waren wij sterker, gezonder, genetisch gelukkiger en…
We waren eigenlijk net pubers, daar op dat feestje in Amsterdam. We overschreeuwden de dood, die klootzak, en keerden vol vertrouwen huiswaarts. We kenden mensen die gegrepen waren, maar WIJ, wij lieten ons nog niet pakken…
Ik stond op de begraafplaats en keek naar de kist.
Wij zijn nu aan de beurt, schoot het door me heen. De dood is niet langer iets voor later. De dood is niet langer pech. WIJ zijn nu aan de beurt.
‘Ik blijf maar denken,’ fluisterde ik tegen mijn jeugdvriendin, ‘dat er iets helemaal mis is. Ik kan het me gewoon niet voorstellen… Alsof er een vergissing is gemaakt.’
Ik keek om me heen en zag mensen die me vaag bekend voorkwamen. Mensen van middelbare leeftijd die in mijn hoofd nog altijd 16, 17 of 18 zijn. Mensen die grijs en dikkig zijn geworden. Mensen die méér in aanmerking zouden komen om dood te gaan dan die verschrikkelijk levenslustige Mo die ook nog twee kinderen aan het grootbrengen was.
Maar iedereen stond daar en zij lag daar, aan het oog ontrokken, bedolven onder bloemen.
Ik huilde toen ik aan haar moeder, kinderen, beste vriendin en ex dacht.
De zon brak even door de wolken en de ballonnen dreven naar de hemel.
Het was mooi.
Maar het bleef een treurige dag.
Alsof we misschien per abuis of toevalligerwijs de tocht naar de ontvangstruimte van de aula op de begraafplaats maakten, en nu moesten controleren of dit wel de goede uitvaart was.
Het was uiteraard de goede, verkeerde uitvaart.
Mevrouw M. ‘Ze noemen me mevrouw,’ dreinde het in mijn hoofd.
Ik vond het kil en onpersoonlijk.
Mevrouw M is eigenlijk Mo M, en zij – zo weet iedereen die haar kent - had hier nog niet mogen liggen.
M zat bij mij in de klas op de middelbare school. Zo nu en dan kwam ik haar tegen. Op boekenballen keek ik altijd naar haar uit, op feestjes maakten we steeds een praatje (ze was een uitmuntend netwerker). Op hyves waren we ‘vrienden’.
Vorige week, in de file bij Antwerpen, kreeg ik een berichtje: MM is dood.
Als weduwe die haar eerste lustrum achter de rug heeft, denk je dan wel te weten wat de dood inhoudt. Maar gek genoeg worstel ik al een week met dit einde.
M??? Ónze M?? Dat meisje uit mijn klas?
Dat Karel doodging was natuurlijk botte, vette pech. Het was een aanfluiting en een schande. Maar het was een uitzondering. Mensen horen niet dood te gaan als ze jong zijn en dat houden we zo!
Ik had het erover met Mo, tijdens een feestje een paar jaar geleden. We hadden het over de dood en wat die doet met je leven. We voelden ons jong en gezond en sterk. Het kón, doodgaan, maar WIJ waren er nog.
Kennelijk waren wij sterker, gezonder, genetisch gelukkiger en…
We waren eigenlijk net pubers, daar op dat feestje in Amsterdam. We overschreeuwden de dood, die klootzak, en keerden vol vertrouwen huiswaarts. We kenden mensen die gegrepen waren, maar WIJ, wij lieten ons nog niet pakken…
Ik stond op de begraafplaats en keek naar de kist.
Wij zijn nu aan de beurt, schoot het door me heen. De dood is niet langer iets voor later. De dood is niet langer pech. WIJ zijn nu aan de beurt.
‘Ik blijf maar denken,’ fluisterde ik tegen mijn jeugdvriendin, ‘dat er iets helemaal mis is. Ik kan het me gewoon niet voorstellen… Alsof er een vergissing is gemaakt.’
Ik keek om me heen en zag mensen die me vaag bekend voorkwamen. Mensen van middelbare leeftijd die in mijn hoofd nog altijd 16, 17 of 18 zijn. Mensen die grijs en dikkig zijn geworden. Mensen die méér in aanmerking zouden komen om dood te gaan dan die verschrikkelijk levenslustige Mo die ook nog twee kinderen aan het grootbrengen was.
Maar iedereen stond daar en zij lag daar, aan het oog ontrokken, bedolven onder bloemen.
Ik huilde toen ik aan haar moeder, kinderen, beste vriendin en ex dacht.
De zon brak even door de wolken en de ballonnen dreven naar de hemel.
Het was mooi.
Maar het bleef een treurige dag.
woensdag 14 juli 2010
Het putje
Er zijn van die tijden in het leven dat alles van een leien dakje gaat. Werk, kinderen, liefde, het weer – alles werkt mee.
Jammergenoeg zijn er ook tijden dat alles naar het putje gaat.
De kinderen puberen, de liefde laat je in de steek, het stormt en het werk wil niet lukken om eerder genoemde tegenvallers.
Het is dus putjestijd.
Naarstig ben ik in mijn hoofd op zoek naar uitwegen. Hoe ga ik zorgen dan ik weer kleur zie en rozengeur ruik?
Sporten? Hmmm, beetje lastig want ik heb een rugblessure.
Uit m’n bol gaan in het uitgaansleven? Past niet bij me.
Studeren? Doe ik al.
Tijd voor mezelf nemen? Doe ik ook al.
Creatief zijn? Ben creatief als geen ander.
Ik heb dus tips van anderen nodig. Mensen die anders tegen het leven aankijken, gewoonlijk andere dingen doen dan ik om zichzelf uit het putje te houden.
Want wat er gebeurt als je in het putje zit, is het volgende: Je kijkt van beneden naar de grote hoop ellende die de wereld lijkt te zijn. Je bent je heel bewust van alle vrienden die uit je leven verdwenen, alle projecten die mislukten, de geliefde die doodging, de liefdes die uitdoofden, de mislukkingen, tegenvallers , domme acties die je ondernam. Er lijkt geen uitweg meer te zijn. Het putje zit vol schuimende, vuile, grauwwitte zeepresten en zeker en vast zul je hier je hele leven blijven ronddobberen…
Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het is niet verstanding om het niet leuk te hebben als je leeft.
Tips anyone?
Jammergenoeg zijn er ook tijden dat alles naar het putje gaat.
De kinderen puberen, de liefde laat je in de steek, het stormt en het werk wil niet lukken om eerder genoemde tegenvallers.
Het is dus putjestijd.
Naarstig ben ik in mijn hoofd op zoek naar uitwegen. Hoe ga ik zorgen dan ik weer kleur zie en rozengeur ruik?
Sporten? Hmmm, beetje lastig want ik heb een rugblessure.
Uit m’n bol gaan in het uitgaansleven? Past niet bij me.
Studeren? Doe ik al.
Tijd voor mezelf nemen? Doe ik ook al.
Creatief zijn? Ben creatief als geen ander.
Ik heb dus tips van anderen nodig. Mensen die anders tegen het leven aankijken, gewoonlijk andere dingen doen dan ik om zichzelf uit het putje te houden.
Want wat er gebeurt als je in het putje zit, is het volgende: Je kijkt van beneden naar de grote hoop ellende die de wereld lijkt te zijn. Je bent je heel bewust van alle vrienden die uit je leven verdwenen, alle projecten die mislukten, de geliefde die doodging, de liefdes die uitdoofden, de mislukkingen, tegenvallers , domme acties die je ondernam. Er lijkt geen uitweg meer te zijn. Het putje zit vol schuimende, vuile, grauwwitte zeepresten en zeker en vast zul je hier je hele leven blijven ronddobberen…
Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het is niet verstanding om het niet leuk te hebben als je leeft.
Tips anyone?
vrijdag 2 juli 2010
Vijf
Vijf jaar was het.
Vijf jaar sinds Karel heenging.
Zesenhalf jaar sinds de diagnose.
Loodzware jaren. Getekend door verdriet, verlies en (moeizame) wederopbouw.
En nu, aan het einde van deze vijf jaren, en het begin van het zesde jaar was er een boekpresentatie.
Oude brieven van Karel en een vriend werden gepresenteerd in een nieuw jasje. Een nieuw boek.
De oude vriend zag er patent uit. Ikzelf geloof ik ook. Ik had in ieder geval mijn best gedaan met een leuk zomers jurkje en een leuke jeweetwel-bh met extra bandjes.
Er waren twee mensen die ik deze avond niet wilde zien. Twee mensen die op deze avond er niet bijhoorden. Dat is eigenlijk niet veel, als je bedenkt dat je zoveel ‘vrienden ‘ en kennisen kwijtraakte in slechts vijf jaar.
Maar natuurlijk kwamen juist deze Persona non grata net
wel!
Hoe en waarom zal mij altijd en raadsel blijven. Ik kies ervoor niet meer met ze te spreken.
Maar dat je zó bot kunt zijn om ondanks uitdrukkelijk verzoek om NIET te komen, WEL te komen, is onbegrijpelijk voor mij.
Mijn avond van herdenking en eerbetoon werd verziekt door twee mensen die koste wat kost hun recht opeisten. Hun recht om aanwezig te zijn in een gelegenheid en bij een gelegenheid waar ze niet hoorden.
Onvergeeflijk, wat mij betreft.
‘Zum kotzen‘, zegt mijn zus dan (die toevalligerwijs dezelfde naam heeft als één van de twee ongenode gasten). Wat Karels broer (met puur toevallig dezelfde naam als de andere gast) zou zeggen, is mij niet bekend. Dat ik Karels broer graag mag, staat buiten kijf.
Maar inderdaad, het is om te kotsen, die partypoopers.
WAT wilden ze bereiken? Waar was het hen om te doen? Waarom vonden ze het belangrijk deze herdenkingsdag voor mij te verzieken???
Ik zal het nooit weten, want ik hoop ze nooit meer te zien en te spreken.
Die kans is groot.
De kans dat ze spijt krijgen van hun aanwezigheid en de pijn die ze mij daarmee deden is klein.
Sommige mensen hebben drie eikenhoutenkerkdeuren en een gewapend betonnen plaat voor hun kop. Dit zijn er twee.
Ik ben een zweefvliegtuig met motorstoring – ik begrijp er niets van.
‘Het ga je goed…’ zei een gewaardeerde vriend van Karel vanavond. Die zien we dus alvast nooit meer. Ergo conclusio: Ongewaardeerde vrienden moeten dan toch niet zo moeilijk te lozen zijn???
Met dank aan al die lieve mensen-min-twee die er wél waren…
Karin
Vijf jaar sinds Karel heenging.
Zesenhalf jaar sinds de diagnose.
Loodzware jaren. Getekend door verdriet, verlies en (moeizame) wederopbouw.
En nu, aan het einde van deze vijf jaren, en het begin van het zesde jaar was er een boekpresentatie.
Oude brieven van Karel en een vriend werden gepresenteerd in een nieuw jasje. Een nieuw boek.
De oude vriend zag er patent uit. Ikzelf geloof ik ook. Ik had in ieder geval mijn best gedaan met een leuk zomers jurkje en een leuke jeweetwel-bh met extra bandjes.
Er waren twee mensen die ik deze avond niet wilde zien. Twee mensen die op deze avond er niet bijhoorden. Dat is eigenlijk niet veel, als je bedenkt dat je zoveel ‘vrienden ‘ en kennisen kwijtraakte in slechts vijf jaar.
Maar natuurlijk kwamen juist deze Persona non grata net
wel!
Hoe en waarom zal mij altijd en raadsel blijven. Ik kies ervoor niet meer met ze te spreken.
Maar dat je zó bot kunt zijn om ondanks uitdrukkelijk verzoek om NIET te komen, WEL te komen, is onbegrijpelijk voor mij.
Mijn avond van herdenking en eerbetoon werd verziekt door twee mensen die koste wat kost hun recht opeisten. Hun recht om aanwezig te zijn in een gelegenheid en bij een gelegenheid waar ze niet hoorden.
Onvergeeflijk, wat mij betreft.
‘Zum kotzen‘, zegt mijn zus dan (die toevalligerwijs dezelfde naam heeft als één van de twee ongenode gasten). Wat Karels broer (met puur toevallig dezelfde naam als de andere gast) zou zeggen, is mij niet bekend. Dat ik Karels broer graag mag, staat buiten kijf.
Maar inderdaad, het is om te kotsen, die partypoopers.
WAT wilden ze bereiken? Waar was het hen om te doen? Waarom vonden ze het belangrijk deze herdenkingsdag voor mij te verzieken???
Ik zal het nooit weten, want ik hoop ze nooit meer te zien en te spreken.
Die kans is groot.
De kans dat ze spijt krijgen van hun aanwezigheid en de pijn die ze mij daarmee deden is klein.
Sommige mensen hebben drie eikenhoutenkerkdeuren en een gewapend betonnen plaat voor hun kop. Dit zijn er twee.
Ik ben een zweefvliegtuig met motorstoring – ik begrijp er niets van.
‘Het ga je goed…’ zei een gewaardeerde vriend van Karel vanavond. Die zien we dus alvast nooit meer. Ergo conclusio: Ongewaardeerde vrienden moeten dan toch niet zo moeilijk te lozen zijn???
Met dank aan al die lieve mensen-min-twee die er wél waren…
Karin
zondag 25 april 2010
Dante
Zeven wordt ie. Voor de vijfde keer jarig zonder zijn vader.
'Ik heb al zo'n zin in mijn verjaardag!' zegt hij als hij beneden komt. Die verjaardag is morgen, dus hij mag er zo langzamerhand ook wel zin in hebben. Aan de andere kant schept het wel verplichtingen voor mij. Ik zal er wat van moeten maken!
'Kan ik me voorstellen,' zeg ik, en ik bedenk me dat het nog best meevalt. Hij is er al weken mee bezig, maar op een bescheiden manier. Geen verlanglijsten zo lang als mijn arm, geen voorbespreking over de tractatie, geen gezeur over de vorm van het partijtje. Jongen en meisjes zijn in dit huishouden echt verschillend.
Gelukkig valt het mee. Gelukkig is hij een jongetje en kon ik mijn tranen eerder vanmiddag ongezien wegvegen.
'Wel jammer dat ik nu een belangrijke wedstrijd mis,' zegt de aanstaande jarige job aan tafel.
Slim en tactisch is hij. Bot verzet met huilen en schreeuwen, dat werkt bij deze moeder niet zo goed. Beter kun je proberen je teleurstelling zo elegant mogelijk te verwoorden.
Hij krijgt zijn zin. Ajax-Feijenoord, dé wedstrijd van het seizoen.
'Dan moet je wel in je eentje voor de tv eten,' zeg ik. A-F is het laatste wat ik op dit moment kan velen.
'Nee hoor, ik ga wel mee,' zegt Bobbie trouw.
Dante tevreden, ik blij dat Bobbie mijn taak overneemt.
'Ik mis papa,' beken ik aan tafel aan Noa. We zitten samen, en ik ben ongebruikelijk stil en kortaf als ik wél wat zeg. Het kind verdient een verklaring.
'Ja?'
'Ja. Ik mis 'm zo erg dat ik wel even zou willen huilen. Stom hè? Daarom doe ik zo kattig.'
'Dan doe je dat toch even... even huilen? Dat doe ik ook altijd...'
'Dat vind ik vervelend voor jullie. Jij vindt dat onprettig.'
'Ja, maar jij vindt het toch ook onprettig als ik huil? Dat moet je gewoon doen.'
De schat. Ik voel me acuut beter en de lust om te huilen is me vergaan.
Trouwens, die tranen had ik al vergoten toen ik mijn moeder, na vijf pogingen van haar kant, eindelijk terugbelde. Dus wat wilde ik nog meer?
De tractaties waren inmiddels gemaakt, gelukkig. Buitengewoon inspiratieloos stond ik in de supermarkt voor het snoepvak te twijfelen. Ridders, piraten of Pokémon? Wat moet het thema worden? Ik kom er niet uit en ruk een paar zakken uit het schap. Thuis frummel ik het een en ander met een vlaggetje in een plastic bekertje. Het ziet er geinig uit, maar het "is" niets. Gelukkig is ook hier mijn mannetje weer een echte man. 'Goed hoor. Leuk!' zegt hij zoet als ik het prototype onder zijn neus duw. Hij is tevreden, maar ik niet. Ik weet dat ik me er met een jantevanleiden van af heb gemaakt. Gemakzuchtige mama. Vijf jaar later en nog steeds niet in staat normaal te doen... zucht.
'Weet je wat ik het mooiste werkwoord vind om te vervoegen?' vraagt Bobbie tijdens het huiswerk maken.
'Nee, geen idee. Ik zit een mailtje te schrijven...' zeg ik kortaf.
'Je moet raden. Het begint met een Z en eindigt met N...' ze kijkt me verwachtingsvol aan. Deze móet ik weten, zie ik in haar ogen. Even ben ik weer die moeder die alles kan en alles weet. Ik wil het weten, maar krijg een black-out van het te hard proberen.
'Ik kom er niet op...' zeg ik aarzelend en hoofdschuddend.
'Ik ben, hij is, zij zijn en wij zijn geweest!' zegt ze stralend. 'Mooi he?'
Ja, dat is mooi.
Ajax-Feijenoord is gespeeld, het huiswerk is gemaakt, de schooltassen zijn ingepakt. Dante komt nog even naar beneden met mijn complimentenboekje.
'Ik ben zo blij met de tractaties die je voor me gemaakt hebt!' zegt hij stralend, en hij overhandigt mij het boekje.
Ik lees:
Liefe mama ik
je de alerl(e)iefste
moeder en papa de(d) alerliefste
papa kusjes van
da(te)nte 80 er
bij vor houw
en papa
Zeven min één dag. Wat een bink.
Ze zijn naar boven en naar bed. En ik ga een kado inpakken en slingers zoeken.
Morgen taart. Het leven moet tenslotte wel gevierd worden.
'Ik heb al zo'n zin in mijn verjaardag!' zegt hij als hij beneden komt. Die verjaardag is morgen, dus hij mag er zo langzamerhand ook wel zin in hebben. Aan de andere kant schept het wel verplichtingen voor mij. Ik zal er wat van moeten maken!
'Kan ik me voorstellen,' zeg ik, en ik bedenk me dat het nog best meevalt. Hij is er al weken mee bezig, maar op een bescheiden manier. Geen verlanglijsten zo lang als mijn arm, geen voorbespreking over de tractatie, geen gezeur over de vorm van het partijtje. Jongen en meisjes zijn in dit huishouden echt verschillend.
Gelukkig valt het mee. Gelukkig is hij een jongetje en kon ik mijn tranen eerder vanmiddag ongezien wegvegen.
'Wel jammer dat ik nu een belangrijke wedstrijd mis,' zegt de aanstaande jarige job aan tafel.
Slim en tactisch is hij. Bot verzet met huilen en schreeuwen, dat werkt bij deze moeder niet zo goed. Beter kun je proberen je teleurstelling zo elegant mogelijk te verwoorden.
Hij krijgt zijn zin. Ajax-Feijenoord, dé wedstrijd van het seizoen.
'Dan moet je wel in je eentje voor de tv eten,' zeg ik. A-F is het laatste wat ik op dit moment kan velen.
'Nee hoor, ik ga wel mee,' zegt Bobbie trouw.
Dante tevreden, ik blij dat Bobbie mijn taak overneemt.
'Ik mis papa,' beken ik aan tafel aan Noa. We zitten samen, en ik ben ongebruikelijk stil en kortaf als ik wél wat zeg. Het kind verdient een verklaring.
'Ja?'
'Ja. Ik mis 'm zo erg dat ik wel even zou willen huilen. Stom hè? Daarom doe ik zo kattig.'
'Dan doe je dat toch even... even huilen? Dat doe ik ook altijd...'
'Dat vind ik vervelend voor jullie. Jij vindt dat onprettig.'
'Ja, maar jij vindt het toch ook onprettig als ik huil? Dat moet je gewoon doen.'
De schat. Ik voel me acuut beter en de lust om te huilen is me vergaan.
Trouwens, die tranen had ik al vergoten toen ik mijn moeder, na vijf pogingen van haar kant, eindelijk terugbelde. Dus wat wilde ik nog meer?
De tractaties waren inmiddels gemaakt, gelukkig. Buitengewoon inspiratieloos stond ik in de supermarkt voor het snoepvak te twijfelen. Ridders, piraten of Pokémon? Wat moet het thema worden? Ik kom er niet uit en ruk een paar zakken uit het schap. Thuis frummel ik het een en ander met een vlaggetje in een plastic bekertje. Het ziet er geinig uit, maar het "is" niets. Gelukkig is ook hier mijn mannetje weer een echte man. 'Goed hoor. Leuk!' zegt hij zoet als ik het prototype onder zijn neus duw. Hij is tevreden, maar ik niet. Ik weet dat ik me er met een jantevanleiden van af heb gemaakt. Gemakzuchtige mama. Vijf jaar later en nog steeds niet in staat normaal te doen... zucht.
'Weet je wat ik het mooiste werkwoord vind om te vervoegen?' vraagt Bobbie tijdens het huiswerk maken.
'Nee, geen idee. Ik zit een mailtje te schrijven...' zeg ik kortaf.
'Je moet raden. Het begint met een Z en eindigt met N...' ze kijkt me verwachtingsvol aan. Deze móet ik weten, zie ik in haar ogen. Even ben ik weer die moeder die alles kan en alles weet. Ik wil het weten, maar krijg een black-out van het te hard proberen.
'Ik kom er niet op...' zeg ik aarzelend en hoofdschuddend.
'Ik ben, hij is, zij zijn en wij zijn geweest!' zegt ze stralend. 'Mooi he?'
Ja, dat is mooi.
Ajax-Feijenoord is gespeeld, het huiswerk is gemaakt, de schooltassen zijn ingepakt. Dante komt nog even naar beneden met mijn complimentenboekje.
'Ik ben zo blij met de tractaties die je voor me gemaakt hebt!' zegt hij stralend, en hij overhandigt mij het boekje.
Ik lees:
Liefe mama ik
je de alerl(e)iefste
moeder en papa de(d) alerliefste
papa kusjes van
da(te)nte 80 er
bij vor houw
en papa
Zeven min één dag. Wat een bink.
Ze zijn naar boven en naar bed. En ik ga een kado inpakken en slingers zoeken.
Morgen taart. Het leven moet tenslotte wel gevierd worden.
woensdag 21 april 2010
Geheugen...
Ik heb een nutteloos geheugen dat mij op gezette tijden lastigvalt.
Het is een geheugen voor dingen die ik wil vergeten. Data die ik expres niet wil opslaan, omdat ze onaangenaam zijn, bijvoorbeeld. Of gebeurtenissen die ik niet wil onthouden omdat ik er niet mee om kan gaan.
Ik ben absoluut niet uniek, met het bezit van zo'n geheugen. Wat ik doe met de voor mij ongewenste informatie wordt ook wel dissociëren genoemd. Nu het er zo staat, lijkt het een beetje pathologisch. Een ziekelijke en kwalijke afwijking - terwijl ik er toch vaak veel plezier van heb.
Als je dissocieert wordt de informatie die je verwerkt niet geassocieerd (verbonden) met andere informatie in je hoofd, las ik net. Het betekent in de praktijk dat de ongewenste informatie niet tezamen met de rest van je herinneringen naar boven komt als je ergens aan terugdenkt.
Nu is het moeilijk om te bepalen wat je dissociatieve hoogtepunt is, maar het sterkste staaltje waarvan ikzelf op de hoogte ben, leverde ik in mijn tienertijd. Ik slaagde erin bijna een jaarlang de dood te vergeten van een jongen waarmee ik in de zomervakanties optrok. Misschien wel gek, maar ook wel lekker. Ik had geen verdriet...
Tegenwoordig word ik geconfronteerd met slecht weggepropte zaken. Of dissociaties met enkele zwakke associaties eraan vast. Weet ik veel. Is ook niet belangrijk.
Wat voor mij belangrijk is, is het ellendige gevolg.
Het begint met een paar nachten onrustige slaap. Op de ochtend word ik wakker met een vaag onrustig gevoel. Tegen mijn gewoonte in wil ik dolgraag OPRUIMEN. Hup de bezem erdoor! Oude zooi weg! Ik wil een nieuwe tafel, nieuwe kleren, nieuwe... alles nieuw!
Gelukkig heb ik de afgelopen jaren al een beetje geleerd. Hand op de knip en vooral niets gaan kopen, het huis staat al vol genoeg, en het hoofd is nog voller...
Ik probeer de krant te lezen, maar op een enkel artikel na, lukt het niet. Er moeten oude zaken weg. Spullen en gedachten. En herinneringen - aan de pijn van verloren vriendschappen, bijvoorbeeld.
Het duurt heel erg lang voordat het begint te dagen dat ik op de loop ben voor iets. Dat het nare gevoel dat ik heb, hoort bij een weggestopte herinnering. Zo'n ding dat ik niet wilde onthouden - een operatiedatum, een slecht-nieuwsgesprek, een laatste ruzie, een welbewuste maar tragische laatste vrijpartij...
Ik besef pas dat ik last heb van mijn verleden als ik ga huilen terwijl ik een eitje breek. 'Een beetje sappig, niet zo'n droge,' hoor ik Karel weer zeggen, en de tranen rollen subiet over mijn wangen. Het was aan het einde van zijn leven en mijn goed doorbakken eiwitten in de spiegeleieren zinden hem niet zo...
Deze herinnering is een aanwijzing voor de tijd waarin ik moet zoeken naar de nare gebeurtenis die ik probeerde te 'vergeten'.
Ik zoek in een helverlichte kamer naar het juiste, kleine stukje donker. Het lukt niet. Ik vind het niet. Het gevoel blijft en de spanning loopt op. Een scheurende nagel is me bijna te veel.
Ik wil mijn hoofd achterover gooien en als een kind naar boven schreeuwen om mijn woede en frustratie te uiten. Ik wil brullen om de nare herinnering die ik niet ken. Maar ik doe het niet want ik ben al groot, en ik wil niet gek lijken.
En dat is eigenlijk dom. Want vanavond ga ik brommen tegen de kinderen. Als ze hun glas omgooien of hun bord niet leegeten.
Ik zucht. Volgend jaar deze tijd weer, weet ik.
Mijn dissociaties hangen in een onzichtbaar spinnenweb. Ik ben de spin, ik ben het web, en ik ben de prooi.
Het is een geheugen voor dingen die ik wil vergeten. Data die ik expres niet wil opslaan, omdat ze onaangenaam zijn, bijvoorbeeld. Of gebeurtenissen die ik niet wil onthouden omdat ik er niet mee om kan gaan.
Ik ben absoluut niet uniek, met het bezit van zo'n geheugen. Wat ik doe met de voor mij ongewenste informatie wordt ook wel dissociëren genoemd. Nu het er zo staat, lijkt het een beetje pathologisch. Een ziekelijke en kwalijke afwijking - terwijl ik er toch vaak veel plezier van heb.
Als je dissocieert wordt de informatie die je verwerkt niet geassocieerd (verbonden) met andere informatie in je hoofd, las ik net. Het betekent in de praktijk dat de ongewenste informatie niet tezamen met de rest van je herinneringen naar boven komt als je ergens aan terugdenkt.
Nu is het moeilijk om te bepalen wat je dissociatieve hoogtepunt is, maar het sterkste staaltje waarvan ikzelf op de hoogte ben, leverde ik in mijn tienertijd. Ik slaagde erin bijna een jaarlang de dood te vergeten van een jongen waarmee ik in de zomervakanties optrok. Misschien wel gek, maar ook wel lekker. Ik had geen verdriet...
Tegenwoordig word ik geconfronteerd met slecht weggepropte zaken. Of dissociaties met enkele zwakke associaties eraan vast. Weet ik veel. Is ook niet belangrijk.
Wat voor mij belangrijk is, is het ellendige gevolg.
Het begint met een paar nachten onrustige slaap. Op de ochtend word ik wakker met een vaag onrustig gevoel. Tegen mijn gewoonte in wil ik dolgraag OPRUIMEN. Hup de bezem erdoor! Oude zooi weg! Ik wil een nieuwe tafel, nieuwe kleren, nieuwe... alles nieuw!
Gelukkig heb ik de afgelopen jaren al een beetje geleerd. Hand op de knip en vooral niets gaan kopen, het huis staat al vol genoeg, en het hoofd is nog voller...
Ik probeer de krant te lezen, maar op een enkel artikel na, lukt het niet. Er moeten oude zaken weg. Spullen en gedachten. En herinneringen - aan de pijn van verloren vriendschappen, bijvoorbeeld.
Het duurt heel erg lang voordat het begint te dagen dat ik op de loop ben voor iets. Dat het nare gevoel dat ik heb, hoort bij een weggestopte herinnering. Zo'n ding dat ik niet wilde onthouden - een operatiedatum, een slecht-nieuwsgesprek, een laatste ruzie, een welbewuste maar tragische laatste vrijpartij...
Ik besef pas dat ik last heb van mijn verleden als ik ga huilen terwijl ik een eitje breek. 'Een beetje sappig, niet zo'n droge,' hoor ik Karel weer zeggen, en de tranen rollen subiet over mijn wangen. Het was aan het einde van zijn leven en mijn goed doorbakken eiwitten in de spiegeleieren zinden hem niet zo...
Deze herinnering is een aanwijzing voor de tijd waarin ik moet zoeken naar de nare gebeurtenis die ik probeerde te 'vergeten'.
Ik zoek in een helverlichte kamer naar het juiste, kleine stukje donker. Het lukt niet. Ik vind het niet. Het gevoel blijft en de spanning loopt op. Een scheurende nagel is me bijna te veel.
Ik wil mijn hoofd achterover gooien en als een kind naar boven schreeuwen om mijn woede en frustratie te uiten. Ik wil brullen om de nare herinnering die ik niet ken. Maar ik doe het niet want ik ben al groot, en ik wil niet gek lijken.
En dat is eigenlijk dom. Want vanavond ga ik brommen tegen de kinderen. Als ze hun glas omgooien of hun bord niet leegeten.
Ik zucht. Volgend jaar deze tijd weer, weet ik.
Mijn dissociaties hangen in een onzichtbaar spinnenweb. Ik ben de spin, ik ben het web, en ik ben de prooi.
Labels:
associëren,
dissociaties,
dissociëren,
geheugen,
herinneringen,
spinnenweb
Abonneren op:
Posts (Atom)