maandag 1 december 2008

Rouwconcurrentie

Dat rouw niet ophoudt bij de kinderen, partner of ouders van een overledene, lijkt mij zo helder als glas en heb ik ook altijd erkend. Desondanks heb ik in mijn doen en laten een paar mensen zo diep gegrieft, dat er onherstelbare schade is ontstaan die nu wordt gepresenteerd als de verlate rekening van het verlies. Het is een ’schuld’ waarvan ik wel voelde dat die kennelijk nog openstond, maar waarvan ik maar niet kon beredeneren waardoor ik die had opgelopen.
Sinds kort weet ik het. Ik ben het slachtoffer van rouwconcurrentie - en hoe ik me ook wend of keer, ik zal de rekening moeten betalen. Wat mijn intenties ook waren toen ik de kosten maakte - het gaat mijn schuldeiser alleen om het gevoel dat mijn handelen veroorzaakte. Het is een wijze les die ik allang had moeten leren. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken… (Wie kent ’m niet?) Gelukkig heb ik een veel belangrijker les wel al lang geleden geleerd: Zorg dat je jezelf in de spiegel altijd recht in de ogen kunt kijken! Want hoe goed je het ook doet, voor sommigen is het nooit goed genoeg.

Mijn rekening was verborgen in een boek dat ik onlangs ontving. Een boek over zussenverdriet om een verloren broer of zus.
Voor mij natuurlijk een interessant boek, een boek waar ik zelf om had gevraagd, omdat het mij belangrijk lijkt. Al was het maar omdat Karel niet alleen echtgenoot, vader en kind was, maar ook broer van twee zussen (en twee broers).
Ik begon dus met grote belangstelling te lezen.
Laat ik beginnen te zeggen dat het voor geïnteresseerden (rouwbegeleiders, de omgeving van rouwende broers en zussen, personeel in de zorgsector) en mede-rouwende zussen een lezenswaardig boek is, dat ze beslist van kaft tot kaft moeten lezen. Voor alle anderen is het misschien meer een boek waar je wat in graast. Want achtendertig verhalen, achtendertig keer verdriet - dat is misschien meer dan de gemiddelde nitwit wil lezen.
Ik vrees daarom ook voor een beperkte lezerskring. (En wil bij deze bij de samensteller en uitgeverij pleiten voor een uitgeklede versie, met veel kortere en misschien ook minder verhalen - zodat iedereen betrokken blijft tijdens het lezen, en ook de laatste lezenswaardige verhalen van het boek ‘haalt'.)

Het boek is allereerst bedoeld om meer begrip te kweken voor het grote verdriet waarmee kinderen uit één nest achterblijven als één van hen vroegtijdig sterft. Een lovenswaardig streven, dat ik onlangs in een interview met Trouw onderstreepte, toen ik zei dat het verdriet om het verlies van een broer of zus nog altijd wordt onderschat. Terwijl er wel een deel van je genen sterft, en - belangrijker nog - een deel van je geschiedenis ‘verdwijnt'…

Het is voor mij moeilijk te bepalen hoe het voor andere verweduwden zal zijn om dit zussenboek te lezen. Voor mij was het in de verhoudingen met een deel van mijn schoonfamilie de laatste druppel en het laatste strootje. Een gemiste kans als het gaat om het verkrijgen van empathie en erkeninning, maar een rake klap waarmee ik pijnlijk werd teruggeduwd in het gat dat werd geslagen door de dood van mijn grote liefde… En toch - het was waarschijnlijk niet meer dan de onvermijdelijke klap, die toch wel zou zijn gekomen, omdat ik met een deel van mijn schoonfamilie al lang niet meer écht communiceer…

En daarom wil ik Rouw in de zijlijn tóch aanbevelen aan iedereen die het verdriet van iedere rouwende wil erkennen. Omdat ik wil dat rouw bespreekbaarder wordt. Omdat ik niet wil meedoen aan rouwconcurrentie, zoals Daan Westerink dat zo mooi noemt. [ Rouwconcurrentie = de strijd aangaan wie van de betrokkenen het meest lijdt onder het verlies. Meestal geïnitieerd door de omgeving, niet door de betrokkenen zelf.]

Dus: lezen Rouw in de zijlijn!
Als u maar in gedachten houdt dat ik niet die wrede vrouw ben die werd beschreven. Een vrouw die moedwillig en bewust te weinig medicijnen gaf, het lijden vergrootte, de familie buitensloot bij de uitvaart, niet voor rede vatbaar was vóór of na het overlijden.
Mijzelf herken ik niet in de verhalen van de hysterische schoonzus en de vrouw die de familie (ouders!) van haar geliefde het recht ontzegde om afscheid te nemen van zijn nog warme lichaam of condoleance te ontvangen van de bezoekers bij de crematie. Die alles omtrent de uitvaart alleen en koppig op haar eigen wijze deed… (Het was het eerste afscheid dat ik organiseerde, de eerste grote liefde die ik definitief moest uitzwaaien, voer ik ter verdediging tegen de wrok en de latente agressie aan.)
Ik herinner me vooral de eenzaamheid van het gevoel dat ik zoveel alleen moest doen. Het verdriet omdat iedereen telkens weer wegging en mij achterliet met een doodzieke man en drie heel kleine kinderen. Ik herinner me dat mijn zus mijn man moest oprapen toen hij was gevallen, mij moest oprapen toen ik viel. Ik herinner me dat ik hem altijd alleen op de postoel moest zetten. En daarvoor verwacht ik respect en erkenning, voor mijn zus en voor mij.

Tijdens het sterven en na het overlijden van mijn liefste wist ik van voren niet meer dat ik van achteren nog leefde. Tijdens het sterven gaf mijn liefste mij Carte Blanche om na zijn verscheiden met zijn lichaam en de afscheidsceremonie te doen wat mij goed dunkte, voor mijzelf en onze kinderen. Hij weigerde zelf de regie ter hand te nemen en noemde alleen Further to Fly als verplicht nummer - dat ik terstond en tot mijn schande ook nog bijna vergat toe te voegen aan de lijst die wij gezamenlijk samenstelden toen het uiteindelijk zover was. Mijn liefste wist dat ik geen wrede vrouw was. Hij wist dat ik naar eer en geweten zou handelen. Hij wist wie hem naar zijn graf droeg. Hij kende geen wrok omdat ik wel bleef leven en hij niet. Hij wist dat hij bewust had gekozen voor de vrouw aan zijn zij.
Misschien kan mijn verhaal, in mijn boek, een wijze les zijn voor broers en zussen in de rouw - gewoon om wat begrip te kweken.
Zoals de verhalen van zussen in Rouw in de zijlijn wijze lessen kunnen zijn voor alle andere omstanders. Verhalen kunnen zijn die begrip kweken voor het gat, verhalen die de diepte van de pijn schetsen, en ons laten zien welk verdriet ook hun door de dood in de schoot werd geworpen.
Want dat het verdriet om een dode broer of zus levensgroot kan zijn, staat en stond voor mij vast.

Rouw in de Zijlijn, werd samengesteld door Minke Weggemans en uitgegeven door uitgeverij Kok.

7 opmerkingen:

Fleur zei

Schoonfamilie..... het is al 'wat' als alles gewoon is, maar na het overlijden....
Bij mij 'pas' 4 maanden geleden en toch zie ik nu al een beetje welke weg het in zal slaan.
En ik deel je mening; laten wel in godsnaam niet gaan vergelijken wie het meeste verdriet heeft (hoewel ik dan stiekum altijd denk; maar wiens leven is nu compleet op zijn kop gezet en zal nooit me de normale vanzelfsprekendheid kennen...).

Mooi stuk geschreven!

Anoniem zei

Beste Karin,

Rouw, pijn en verdriet zijn zaken die ieder op zijn eigen manier moet beleven en verwerken. Je kan dus geen vergelijk maken tussen personen wie het meest geraakt of wie het meest er onder lijd bij het verlies van een dierbare. Het is een belevingsfactor van de mens die onmogelijk te vergelijken is.

Zoals je zelf al zegt zit het vaak vooraf al niet echt goed tussen twee partijen zoals familie en schoonfamilie en wordt het bij verlies van een geliefde aangegrepen tot een meningsverschil in de vorm van rouwconcurrentie wat uiteindelijk alleen maar meer verliezers kent.
In mijn situatie maak ik het zelf van heel dichtbij. Ik zie de problemen en verwijten van mijn familie al op mijn vriendin afkomen. Om die reden neem ik nu het nog kan wel de regie in handen en regel ik zoveel mogelijk alles zelf. Ik wil mijn vriendin niet met een onmogelijk "erfenis" laten zitten die ik zelf kan voorkomen.

Het leven is tekort voor onzinnigheden die je niet kunt winnen, kijk achterom naar de leuke ding en de gelukkige momenten, de toekomst ligt voor je. Alleen jij hebt daar grip op. De kunst van het leven is negatieve momenten om te zetten in positieve zaken en daarbij geldt als eerste regel. Geloof in jezelf want als je dat verliest heb je al meer dan de helft verloren.

Met vriendelijke groet,

MB uit OG

Anoniem zei

Karin,
Gisteren las ik je boek, dank dat je het schreef. Zoveel herkenning en steun in dit vreselijke eerste jaar zonder mijn liefste. Onze drie kinderen zijn ouder, maar ook veel te jong om hun vader te verliezen.Hun verdriet te zien doet pijn.
Stug doorleven en idd "fake it", is ook een van mijn trucs.
Dank dat je je verhaal hebt willen delen, groet Marijke

Tanja zei

Karin, ik zat net door je blog te "bladeren" en kwam dit stukje tegen. Het eerste deel was herkenbaar, maar dat laatse, over de uitvaart enzovoorts, was zo'n herkenning, dat ik dacht: shoot, ze hebben het over mij!
Het is ook iets waar ik mee zit te worstelen op dit moment, maar niet over schrijf. Het verdriet over hoe ik door familie en schoonfamilie in de steek ben gelaten, en me onbegrepen voel.

Heel veel liefs,
Tanja

Anoniem zei

Dag Karin, door het lezen van de verhalen van zijn zussen, werd ik 25 jaar terug in de tijd geworpen. Ik zag ineen het grote verdriet van de zussen van mijn moeder. Maar wat ik er toen van merkte was puur venijn, hard en pijnlijk. En daar gaat het volgens mij ook hier om: in de strijd voor erkenning van gevoelens kunnen (in dit geval) de zussen blijkbaar niet inzien dat ze zelf ook klappen uitdelen, die disproportioneel zijn. Weggemans zegt dat broers en zussen hun plek op moeten eisen. Maar moet dat dan ten koste gaan van een partner en hun kinderen?

ineke zei

3 zwagers en schoonouders, tuurlijk kost het moeite om die contacten te onderhouden. pijn om het gemis als je bij hen op visite gaat (zoals je ook omschrijft in je boek). maar heb hen laten merken dat ik hun rouw ook erken door voor hen een fotoboek samen te stellen met alle digitale foto's die ik had van hun zoon en broer (en dus mijn lieve, op 40 jarige leeftijd gestorven man)... kleine moeite, groot gebaar !!!
en voor mij een warm gevoel om dit voor hen te maken...
en wat moet ik in godsnaam zonder hen ?? zo fijn dat de kids af en toe bij hen kunnen logeren... beleven ze allen groot plezier aan

ineke

Frim zei

Schoonfamilie, ik word er doodziek van.
Omdat we nog net niet getrouwd waren, "neemt" zijn familie waar hij nauwelijks contact mee had alles over.
Zijn spullen in mijn huis, zijn begrafenis, enorme erfenis, de grafsteen.
Hij ligt notabene begraven op de begraafplaats bij zijn ouders!

Je broer verliezen, ga er maar aan staan, dat is zwaar, dat weet ik. Mooi dat het boekje er is.

Je partner daarentegen, is een heel andere tak van sport. Daar is geen boekje voor, dat is de hel.

En die rouwconcurrentie?
Die geldt ook voor vrienden. Het is allemaal hebzucht.
Het is geen liefde.

http://2degebod.blogspot.com