'Hoe heet je?' vroeg de man.
'Kaatje,' zei ik. Karin kreeg ik nog niet over mijn lippen.
'Hoe kunt u uw kind nou zo'n naam geven?' vroeg de man aan mijn moeder.
'Ze heet Karin,' zei mijn moeder.
Altijd werd ik thuis Karin genoemd. Maar bij mij bleef Kaatje hangen.
Met Karel werd ik Ka en Ka, Dubbelka,Tweekaas.
En nu ben ik weer Karin.
Maar diep in mijn hart bleef ik Kaatje.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten